Rust, reinheid en regelmaat

Als je iets nieuws gaat ondernemen komt het brein vanzelf met ervaringen uit het verleden die op de nieuwe situatie toepasbaar zijn. Zo moest ik tijdens de voorbereidingen op mijn eerste 200 myls denken aan het advies dat onze kraamhulp gaf bij de geboorte van onze eerste dochter. Het ging om de drie R’s,  Rust, Reinheid en Regelmaat. Als het werkt in de heftige chaotische en spannende situatie van het grootbrengen van een baby moet het ook kunnen helpen bij de 200 myls dacht ik. Dit zou dan ook mijn houvast worden voor deze intensieve dagen.

Het begon met rust. Helaas was dit er tijdens de voorbereiding iets bij ingeschoten. De geplande slaapuren werden niet gehaald omdat er een ‘to do’ lijst bestond die zich aan de onderkant in hetzelfde tempo aanvulde als dat hij aan de bovenkant werd afgestreept. Na de start bleek ook nog eens dat de rusttijd van minimaal 7 uur, die op de voorhand klonk als een prima nacht slaap, vooral werd gevuld met varen van de boei naar de haven en terug, de boot op orde brengen en het doen van klein reparaties. Tijdens het zeilen is rust al helemaal een utopie. Vanaf windkracht 4 is zeilen op de stuurautomaat voor de Spartelaar eigenlijk geen optie en zet je je 90% van de tijd schrap met het roer in je handen. De R van rust ging hem deze dagen dus helaas niet worden.
Gelukkig hebben we regelmaat nog. Op het laatst heb ik besloten om niet de Noordzee op te gaan en gewoon lekker op het IJsselmeer te blijven. Bijkomend voordeel is dat ik geen rekening hoef te houden met het tij wat de regelmaat zeker ten goede moet komen. Helaas weer mis, je moet zeilen als er wind is en bij voorkeur uit de goede hoek. Terwijl ik dit schrijf lig ik de hele dag in Stavoren te wachten op goede wind zodat ik vanavond en vannacht de laatste mijlen weg kan tikken.
Niet echt regelmatig.
Dan blijft de R van reinheid over als laatste strohalm. Voor vertrek was elke plekje van de 7,5 meter lange Spartelaar schoon en netjes ingedeeld. De kleren voor de komende dagen in een weekendtas op de bakboord bank en een gepakte toilettas voor een regelmatig bezoek aan het havensanitairaan stuurboord. De dagvoorraad aan eten bevatte vooral gezonde snacks zoals banaan, appel, en ontbijtkoek, gepakt in een tas onder handbereik van de roerganger. Toiletbezoek zou voornamelijk plaatsvinden op de rustige koersen, mocht dit echter niet lukken had ik een alternatieve oplossing in de vorm van een oude bidon. Hier had ik de bovenkant van afgeschroefd zodat ik hem er gemakkelijk in kon hangen. Kortom aan de voorbereiding lag het niet.
In de praktijk pakte dat echter ook weer anders uit. De momenten dat ik in de haven kwam was het sanitair al gesloten. Was het open geweest had ik er waarschijnlijk toch geen gebruik van gemaakt want ik was blij dat ik eindelijk kom liggen. Nu op dag 4 zitten al mijn kledingsetjes nog netjes opgevouwen in mijn tas, omkleden doe ik wel bij terugkomst. De tas met eten in de kuip bleek handig ware het niet dat ik er soms tijdens een manoeuvre op ging staan zodat de inhoud van de tas transformeerde in een prakje van geplette appel, banaan en ontbijtkoek waar ik op het einde van de zeildag nog net een ongeschonden Bifi worstje uit kon vissen.
Al bij het eerste rak waarin ik met iets te veel zeil moest opkuisen naar de Sport G bleek dat het uitstellen van het toiletbezoek geen optie was. Gelukkig met mijn goede voorbereiding klemde ik de helmstok tussen mijn benen, pelde ik 4 lagen kleding weg en loosde ik dankbaar mijn blaasinhoud in de bidon die met zijn 1 liter inhoud niet eens overbemeten bleek. Een windvlaag maakte echter op brute wijze een einde aan dit gelukzalige moment. Het te grote zeiloppervlak in combinatie met de vlaag en het tijdelijk minder geconcentreerde sturen lieten de Spartelaar uit het roer lopen. In mijn positie met de helmstok tussen mijn benen, een goed gevulde bidon in mijn rechter- en mijn andere helmstok in mijn linkerhand kon ik niet tijdig corrigeren. In het paniekmoment wat volgde was van uitdruppelen helaas geen sprake. Terwijl ik door de wind dreigde te gaan plaatste ik snel de bidon tegen de kuiprand aan de lage zijde en rukte ik met twee handen aan het roer. Te laat, de genua stond al bak en de situatie veranderde in een niet geplande overstag-manouvre. Nadat ik de genua aan de andere zijde had ingehaald en de 4 lagen kleding weer dicht kon knopen zag ik aan de nieuwe loefzijde een lege bidon van de kuipbank afrollen.
Ik denk dus ook dat ik volgens de maatstaven van onze toenmalige kraamhulp voor de R van reinheid een dikke onvoldoende zou krijgen. Voor de 200 myls blijken deze drie R’s een onhaalbaar streven. Ik denk dat de R’s Ruig, Ranzig en Rommelig beter passen.
Groeten van de Spartelaar, Imre de Groot